Een Nederlandstalige site bedient een deel van België en de rest niet. Hoe je tweetalig werkt zonder een dubbel bedrijf te bouwen: URL-structuur, taalaanduiding, hertalen in plaats van vertalen, en wat je automatiseert.
Een Belgische markt bedienen met één Nederlandstalige site betekent dat je een groot deel van het land niet bereikt. En omgekeerd: een Franstalige klant die op een Nederlandstalige pagina belandt, leest niet door maar gaat terug naar de resultatenlijst.
Tweetalig werken is daarom in België geen luxe maar een keuze over je markt. De vraag is alleen hoe je dat opzet zonder er een dubbel bedrijf van te maken.
Dit besluit hoort genomen te zijn voordat er iets gebouwd wordt. Er zijn drie serieuze opties.
Alleen Vlaanderen. Nederlandstalig, met Vlaamse terminologie. Geen Franse versie, en dat is eerlijker dan een halfbakken vertaling.
Vlaanderen en Brussel. Nederlands en Frans, waarbij Brussel tweetalig wordt benaderd. De meest voorkomende keuze voor dienstverleners.
Heel België. Beide talen volwaardig, met aparte opvolging. Dit is pas zinvol als je een Franstalige klant ook ná het eerste contact in het Frans kunt bedienen.
Die laatste voorwaarde is de belangrijkste. Een Franse pagina die leads oplevert die je vervolgens in het Nederlands beantwoordt, levert teleurstelling op in plaats van omzet.
Er zijn drie gangbare vormen, en de keuze is minder belangrijk dan de consistentie.
Submappen, dus een map per taal achter hetzelfde domein: de eenvoudigste en meestal de beste, want alle opgebouwde waarde blijft op één domein. Subdomeinen: werkt, maar splitst je site in twee delen die los van elkaar waarde opbouwen. Aparte domeinen: alleen zinvol bij twee werkelijk verschillende merken.
Belangrijk in alle drie de gevallen: elke pagina heeft een vaste eigen URL per taal, en die verandert niet op basis van waar de bezoeker vandaan komt. Een site die automatisch omschakelt op het IP-adres en dezelfde URL houdt, is voor zoekmachines onbruikbaar en voor bezoekers irritant. Zie tweetalige website voor België.
Elke pagina krijgt een taalaanduiding in de HTML en een verwijzing naar zijn tegenhanger in de andere taal. Zo weet een zoekmachine dat het om dezelfde inhoud in een andere taal gaat en niet om twee concurrerende pagina's.
Die verwijzing hoort wederzijds te zijn: de Nederlandse pagina wijst naar de Franse en de Franse terug. Eenrichtingsverkeer wordt genegeerd.
Let er verder op dat de tekst in de uitgeleverde HTML staat en niet pas na het uitvoeren van scripts verschijnt. Bij sites die in de browser van taal wisselen, gebeurt dat laatste vaak ongemerkt. Zie JavaScript-SEO en prerendering.
Een automatische vertaling is grammaticaal meestal in orde en commercieel meestal zwak. De reden: mensen zoeken in andere woorden, niet in vertaalde woorden.
De werkwijze die wel werkt: laat een model een eerste versie maken inclusief de vaktermen, laat een Franstalige die de branche kent er daarna doorheen gaan met één opdracht, namelijk of hij dit zo tegen een klant zou zeggen, en doe apart zoekwoordonderzoek in het Frans.
Voor lange feitelijke artikelen is machinevertaling met nalezen ruim voldoende. Voor de vijf pagina's waar je geld mee verdient, is hertalen door een mens de investering waard.
Ook binnen het Nederlands loont het om Belgisch te schrijven. Een Vlaamse lezer die het ondernemingsnummer verwacht en over een KvK-nummer leest, weet meteen dat de tekst voor een ander land is geschreven.
Let op de terugkerende verschillen: het ondernemingsnummer bij de KBO, de bedrijfsvormen die anders heten, en het woord kmo waar in Nederland mkb staat. In het Frans komt daar een laag bij, want de vaktermen die in België gebruikt worden wijken op punten af van wat in Frankrijk gangbaar is. Laat teksten dus nalezen door een Franstalige Belg en niet door een Franse vertaler zonder kennis van deze markt.
Automatiseren loont hier snel, omdat elke wijziging anders dubbel werk wordt.
Goed te automatiseren: de eerste vertaalslag van nieuwe artikelen, het signaleren dat een Nederlandse pagina is gewijzigd en de Franse achterloopt, het bijhouden welke pagina's nog geen tegenhanger hebben, en het genereren van de sitemap voor beide talen.
Niet automatiseren: de vijf belangrijkste commerciële pagina's, de juridische teksten, en alles waar een prijs of een voorwaarde in staat. Daar weegt een fout zwaarder dan de tijdwinst. Zie automatisering voor Vlaamse kmo's.
Een tweetalige site met een eentalige rest is half werk. Denk aan het contactformulier en de bevestigingsmail, de automatische berichten uit je systemen, de offertesjablonen en de veelgestelde vragen in je chat of assistent.
Let daarbij op het onderscheid tussen taal en land: verplichtingen rond e-facturatie gelden voor heel België, ongeacht de taal waarin je factureert. Zie e-facturatie en Peppol in België.
Nee. Begin met de pagina's die het meeste opleveren en het archief volgt later. Honderden machinaal vertaalde pagina's die niemand nakijkt, leveren minder op dan vijf goede.
Voor een internationale doelgroep wel, voor een Waalse kmo zelden. Mensen zoeken diensten in hun eigen taal.
Ongeveer anderhalf keer het onderhoud van één taal, mits je het signaleren van achterstand automatiseert. Zonder dat wordt het twee keer.
Geef een duidelijke keuze in plaats van een automatische omschakeling, en onthoud de keuze. Gokken op basis van locatie irriteert de helft van de bezoekers.
Het helpt bij lokale vindbaarheid, maar het is geen voorwaarde. Zie local SEO en GEO in België.
Met de vijf pagina's die het meeste opleveren, hertaald door iemand die de markt kent. De rest is uitbreiding, en die kan wachten tot die vijf het doen.
Wilt u weten wat dat voor uw site betekent, neem contact op.
dGEN Productions, AI agency en business-automation partner uit Eindhoven. info@dgenproductions.nl · 06-87413056