Kennisbank / MHS & AI die machines bestuurt
De Model Hardware Standard heeft twee helften. De ene is de driver: de software die vertaalt tussen een computer en een apparaat, met een klein aantal basiscommando's zoals lezen en schrijven. De andere is het referentiebestand: de beschrijving van het apparaat zelf. De driver maakt het apparaat bereikbaar. Het referentiebestand maakt het begrijpelijk.
Dat tweede deel krijgt minder aandacht en is in de praktijk het belangrijkste dat jij zelf invult. Een driver komt meestal van de fabrikant of uit een gedeelde verzameling. Het referentiebestand gaat over jouw opstelling, jouw grenzen en jouw manier van werken. Zie wat is MHS voor het geheel.
Een referentiebestand beschrijft in machineleesbare vorm vier dingen.
Wat het apparaat is. Type, model, waar het staat, waar het voor bedoeld is. Zonder dit weet een agent niet of hij tegen een centrifuge of tegen een oven praat.
Wat het kan meten. Per meetwaarde de naam, de eenheid en het bereik. Temperatuur in graden Celsius van 4 tot 95. Toerental in omwentelingen per minuut. Een agent die weet dat een waarde in graden Celsius komt, haalt geen Fahrenheit door elkaar.
Wat er verstelbaar is. Welke instellingen geschreven mogen worden, in welke stappen, en binnen welke grenzen. Dit is het deel waar mensen te ruim beginnen en later moeten inbinden.
Welke grenzen gehandhaafd worden. Maximale snelheid, toegestane hoeken, maximaal vermogen, verplichte wachttijden, en wat er moet gebeuren als een grens wordt geraakt. Stoppen, terugvallen of melden.
Dit is het punt dat het verschil maakt tussen MHS en een agent die zomaar een machine bedient.
Een instructie in een prompt is een verzoek. Je vraagt het model netjes om onder de honderd graden te blijven. Modellen houden zich daar meestal aan, en "meestal" is bij software vervelend en bij een fysiek apparaat onaanvaardbaar.
Een grens in het referentiebestand wordt afgedwongen onder de agent, in de laag die het commando uitvoert. Vraagt het model om honderdtwintig graden, dan gebeurt dat niet. Niet omdat het model zich bedenkt, maar omdat de opdracht geweigerd wordt. Dezelfde redenering geldt voor software-agents en staat uitgewerkt in wanneer mag AI zelf handelen.
Praktisch betekent dit: elke grens die er werkelijk toe doet, hoort in het bestand en niet in de opdracht. Een grens in de opdracht is een voornemen. Een grens in het bestand is een grendel.
In de gevallen die tot nu toe beschreven zijn, gebeurt dit in drie soorten handen. De fabrikant levert de basis voor zijn eigen apparaat. De leverancier of integrator vult aan wat met de opstelling te maken heeft. En de gebruiker zelf, meestal de beheerder van het lab of de productielijn, legt de huisregels vast.
Die derde rol wordt onderschat. De fabrikant weet wat het apparaat aankan; alleen jij weet wat er in jouw ruimte omheen staat, welke platen klemmen, welke handeling nooit zonder toezicht mag en welke combinatie in het verleden misging.
Er zit ook een juridische kant aan. Vanaf 20 januari 2027 geldt de nieuwe EU-machineverordening, die voor het eerst AI-gestuurde veiligheidsfuncties dekt. Wie een bestand schrijft dat een machine begrenst, schrijft mogelijk een gereguleerd veiligheidsonderdeel. Dat is een open vraag en geen opgeloste kwestie; zie de EU-machineverordening van 2027.
Begin niet bij het bestand maar bij de werkelijkheid. De volgorde die in de praktijk werkt:
Die laatste stap wordt het vaakst overgeslagen en is de enige die bewijst dat de rest klopt.
Te ruim beginnen. Alles schrijfbaar maken omdat het makkelijker is, met het plan om later in te perken. Dat later komt zelden.
Grenzen als getal zonder gedrag. Er staat een maximum, maar niet wat er gebeurt bij overschrijding. Dan valt de beslissing terug op de laag erboven, en dat is precies waar je hem weg wilde hebben.
Sensoren vergeten. Een grens die gemeten wordt door een sensor die kan uitvallen, heeft een regel nodig voor het geval die sensor uitvalt.
Het bestand niet bijwerken. Er verandert iets in de opstelling en het bestand blijft staan. Een beschrijving die niet klopt, is gevaarlijker dan geen beschrijving, want de agent handelt ernaar.
Het werk lijkt administratief en is dat deels ook. Maar wie dit doet, krijgt er iets voor terug dat losstaat van MHS: een leesbare beschrijving van zijn eigen apparatuur en zijn eigen grenzen. Dat document bestaat in de meeste bedrijven niet, terwijl iedereen denkt van wel.
Daarom staat het ook in voorbereiden op MHS als eerste stap, nog voordat je toegang hebt tot de standaard zelf. Het is werk dat je nu al kunt doen en dat zijn waarde houdt, ook als de standaard zich anders ontwikkelt dan verwacht.
Voor oudere machines geldt een aparte afweging: niet alles heeft een ingang om aan te sluiten, en soms is een tussenlaag de enige weg. Dat staat in oudere machines aansluiten op MHS. Zie verder MHS en MCP voor hoe de twee standaarden zich verhouden en MHS veiligheid en toezicht voor de vraag wie verantwoordelijk is als er toch iets beweegt dat niet had mogen bewegen.
dGEN Productions, AI agency en business-automation partner uit Eindhoven. info@dgenproductions.nl · 06-87413056