De canvas-laag van dGEN Visual Studio. Sleep prompt, model, referentiebeeld en je eigen stijl aan elkaar tot een pijplijn die je bewaart, deelt en zo vaak draait als je wilt.
Een losse generatie is leuk tot je hem voor de dertigste keer moet herhalen. dGEN Flow is het antwoord daarop: een canvas waarop je de manier waarop je werkt één keer vastlegt en daarna opnieuw afspeelt voor het volgende product, de volgende klant of de volgende campagne. Je sleept blokken op het vlak en verbindt ze: een prompt, een generator voor beeld of video, een bestand als referentie, je eigen getrainde stijl, een bewerker. Elke poort heeft een type, dus een blok accepteert alleen wat het werkelijk kan gebruiken. Een verbinding die niet kan, kun je niet leggen. Dat klinkt als een detail en is het niet. Het alternatief is een pijplijn die tien seconden na de start afbreekt omdat er ergens iets niet paste, en dan heb je wél al betaald. Voorkomen bij het verbinden is goedkoper dan opvangen bij het draaien.
8 Bloktypes op het canvas
Een losse generatie is prima. Je typt, je kiest, je krijgt een beeld. Het wordt pas vervelend als hetzelfde de volgende dag opnieuw moet, en de dag daarna, voor het volgende artikel uit dezelfde reeks.
Dan doe je elke keer dezelfde handelingen: hetzelfde model kiezen, dezelfde instellingen zetten, dezelfde referentie erbij slepen, dezelfde stijl aanzetten. Het is niet moeilijk werk, het is werk dat je niet meer had moeten doen.
dGEN Flow is de plek waar dat werk één keer wordt vastgelegd.
Op het canvas staan acht soorten blokken: een prompt, een promptassistent, een bestand, een beeldgenerator, een videogenerator, een bewerker, je eigen getrainde stijl en een notitie om uit te leggen wat er gebeurt.
Je verbindt ze in de volgorde waarin je zelf zou werken. Prompt naar generator, generator naar bewerker, bestand als referentie ernaast, je eigen stijl eroverheen. Het resultaat is een tekening van je werkwijze die ook echt draait.
Elke poort heeft een type: tekst, beeld, video, media, stijl. Een blok accepteert alleen wat het werkelijk kan gebruiken, dus een verbinding die niet kan, kun je niet leggen. Hij hecht simpelweg niet.
Dat is bewust het belangrijkste onderdeel van het ontwerp. Het alternatief is een pijplijn die tien seconden na de start afbreekt omdat er ergens iets niet paste, en op dat moment is er al betaald. Voorkomen bij het verbinden is goedkoper dan opvangen bij het draaien, en het scheelt de gebruiker bovendien het gevoel dat hij iets fout heeft gedaan.
Een leeg canvas is voor de meeste mensen geen uitnodiging maar een drempel. Daarom staan er kant-en-klare flows klaar die al werk doen: een personage in twaalf houdingen, één product omgezet naar advertentiemateriaal, dezelfde opname door meerdere modellen heen, een reeks camerastandpunten, een voor-en-na.
Je pakt er een, vervangt de prompt en het referentiebeeld door die van jou, en draait hem. Wat je overhoudt is jouw versie van een opzet die al bewezen werkt, en van daaruit pas je aan.
Een video van dertig seconden bestaat bij deze modellen niet. Dat zijn zes clips van vijf, en zes losse prompts leveren zes clips op die niet op één film lijken.
Daarom werkt de studio met een gedeeld stijlblok: wie, waar, welk licht, welke lens. Dat blok gaat in élke shotprompt mee, want de modellen onthouden niets tussen twee aanroepen. En omdat een stilstaand beeld een fractie kost van een clip, draai je eerst het storyboard, keur je dat goed, en gaat het goedgekeurde beeld als startbeeld de video in.
Dat levert sterkere continuïteit op dan welk stijlblok ook, en het is een klik van gedraaid storyboard naar videoflow.
Een gekoppelde AI-agent draait dezelfde flows als jij. Hij kan ze opsommen, er een starten, de voortgang opvragen en het resultaat ophalen, allemaal achter een toestemmingsscherm waarop per recht staat wat hij mag.
Wat hij niet krijgt is een eigen route. Zijn opdrachten bouwen een echte flow en lopen door dezelfde uitvoering, met dezelfde afschrijving en dezelfde controles. Dat is in de code afgedwongen en er staat een controle in de bouwstraat die het bewaakt, want een tweede uitvoerpad is precies waar zulke systemen op termijn scheef gaan.
Een flow die je zelf aanzet, is gereedschap. Een flow die op een verzoek in gewone taal begint, is een proces.
Dat tweede krijg je door de studio via MCP aan dGENIX te koppelen, ons andere product. GENI spreekt dezelfde standaard, dus na een eenmalige koppeling vraag je hem om de beelden bij een nieuwe reeks producten en start hij de juiste flow. Jij hoeft de studio niet meer te openen.
Zo wordt het canvas onderdeel van een groter geheel: jij legt een keer vast hoe het werk hoort te gaan, en de assistent voert het uit wanneer het nodig is.
Wij bouwen al jaren pijplijnen voor klanten, alleen dan met data in plaats van met beeld: een aanvraag die binnenkomt, verrijkt wordt, gescoord en doorgezet. De denkwijze is identiek. Leg vast wat er stap voor stap gebeurt, maak elke stap vervangbaar, en zorg dat een fout ergens halverwege zichtbaar wordt in plaats van stil.
Dit canvas is diezelfde manier van denken toegepast op beeld. Wie een vergelijkbare pijplijn voor zijn eigen proces wil, of dat nu beeld is of iets heel anders, bouwt dat met ons als maatwerk.
Eén figuur, twaalf standen, in één keer gedraaid en herhaalbaar voor het volgende personage.
Van één productfoto naar een reeks beelden en clips die klaarstaan voor de kanalen.
Dezelfde behandeling over een hele reeks artikelen, zonder per stuk opnieuw in te stellen.
Dezelfde opdracht parallel naar meerdere generatoren om te zien welke past.
Nee. Je sleept blokken en verbindt ze. De typering zorgt ervoor dat een verkeerde verbinding niet gelegd kan worden, dus je kunt niet stilletjes iets bouwen dat straks omvalt.
De generator is voor één ding nu. Het canvas is voor iets dat terugkomt. Zodra je merkt dat je dezelfde reeks handelingen voor de derde keer doet, hoort het op het canvas.
Ja. Een gekoppelde agent start dezelfde flows als jij, achter een toestemmingsscherm waarop je per recht ziet wat hij mag. Hij krijgt geen eigen route langs de studio heen.
Dan draait GENI je flows. Beide producten spreken MCP, dus na een eenmalige koppeling vraag je in gewone taal om een reeks beelden en start GENI de juiste flow in de studio. Dat is het verschil tussen een pijplijn die je zelf aanzet en een pijplijn die vanzelf loopt.
React Flow, TypeScript, Supabase, Node.js
Alle cases of plan een gesprek.
dGEN Productions, AI agency en business-automation partner uit Eindhoven. info@dgenproductions.nl · 06-87413056